|
Nederlands:
Moerascavia

Wetenschappelijk:
Cavia
magna
Engels: Greater Guinea
Pig
Frans:
Cobaye
des marais
Duits:
Magna – Sumpfmeerschweinchen
Herkomst:
De Moerascavia komt
voor in de kustgebieden van Uruguay en Brazilië.
Ze leven daar in
overstromingsgebied en moeras wat aansluit op duingebied. Hebben geen vaste
leefplek, maar trekken rond afhankelijk van de waterstand en het voedselaanbod.
Uiterlijk:
Lichaamslengte:
30-40 cm.
Staartlengte:
0 cm.
Gewicht: 500
- 650 gram
Moerascavia’s zijn
donkerbruin tot zwart/bruin van kleur. De haren hebben een oranje/gele gloed.
De buik, bef en poten zijn lichter van kleur.
De kop is vrij smal, met een stompe neus. Deze diertjes hebben een lange slanke
bouw met een afgerond achterwerk zonder zichtbare staart.
De pootje zijn kort. En iets wat heel bijzonder is, ze hebben zwemhuid tussen de tenen! Aan de achterpoot hebben ze 3 tenen en voor 4. De nagels zijn
donker gekleurd.
Gedrag:
Moerascavia’s
zijn schuwe maar nieuwsgierige dieren. Ze leven in het wild in groepen met 1
beer en meerdere zeugen, maar de dieren doen ook veel alleen, ze leven niet erg
dicht naast elkaar.
Ze houden erg van water en zullen bij warm weer regelmatig zwemmen. Ze hebben
niet voor niks zwemvliezen tussen de tenen.
Onderling zijn de dieren redelijk vriendelijk, meerdere beren gaan niet samen!
De dieren kunnen klimmen, maar gebruiken liever de grond. Plateaus in het hok
worden wel gebruikt, maar dan moet er niet teveel hoogteverschil in zitten.
Ze zijn dag en schemer actief.
Moerascavia's worden
niet tam, als ze van jongs af aan gehanteerd zijn dan zijn ze rustiger, maar
vasthouden vinden ze niet prettig. Bij het hanteren laten de dieren ook snel
vacht los van de stress.
Huisvesting:
Moerascavia’s
hebben veel ruimte nodig. Dit betekent een binnenhok van minimaal 1 m2 en een
buitenvolière van minimaal 2 m2 per koppel. Groter mag voor deze dieren.
Buitenhuisvesting (of in ieder geval ergens waar water kan) is dus een vereiste, want de dieren moeten water ter
beschikking hebben om in te kunnen zwemmen of waden.
In de winter moeten ze verwarmd kunnen zitten, liefst bij een temperatuur van
zo'n 18 graden, warmer mag.
Meerdere schuilplaatsen zijn gewenst en hoogte verschil aangebracht door
middel van stenen wordt ook graag gebruikt. Zo kunnen ze iets hoger zitten en
hebben ze meer overzicht op de omgeving. De dieren kunnen klimmen, dus zeker
“trap”treden kunnen zonder problemen gebruikt worden.
Voortplanting:
Geslachtsrijp: Zeugen
5 weken en Beren 6-8 weken
Draagtijd: 60-70
dagen
Aantal
jongen: 1-2
Ogen open:
bij geboorte
Zoogtijd: 3 weken
Levensverwachting: 6-8 jaar
De
dieren kunnen het hele jaar door jongen krijgen. Als ze jongen krijgen zijn dit er maar 1 tot 2
per keer, heel soms 3. Ze worden geboren na een draagtijd van 60 tot 70 dagen. De jongen
worden compleet ontwikkeld geboren en kunnen na enkele uren al zelf eten. Ze
wegen bij geboorte tussen de 60 en 80 gram. Ze
zogen 3 weken. Na 5 weken zijn de zeugjes al geslachtsrijp en de beertjes na 6
tot 8 weken.
Als de zeugjes paringsbereid zijn zwelt de geslachtsopening op.
De meeste jongen worden
tussen april en september geboren.
Voeding:
Moerascavia’s eten
in het wild grassen, kruiden en verschillende vegetatie.
In gevangenschap kun
je ze voeren met caviabrok als basis, aangevuld met veel hooi, groente en
vit. C.
Cavia’s kunnen
zelf geen vit.C aanmaken en daarom is het belangrijk dit in voldoende mate aan
te bieden. Teveel kan geen kwaad, want Vit.C is een wateroplosbare
vitamine die bij teveel gewoon wordt uitgeplast.
Het beste is iedere cavia dagelijks een vit.C tablet te geven. Zo weet je
absoluut zeker dat hij voldoende binnen krijgt. De dieren eten het meestal
vanzelf.
Naast droogvoer is groenvoer erg belangrijk. Groente is beter dan fruit, omdat
fruit veel suiker bevat kan dit een rol spelen bij het ontwikkelen van
suikerziekte, geef dus liever geen fruit, maar alleen groente. Alles in mate ivm
diarree en gasvorming.
Water mag niet
ontbreken.
Bij Moerascavia’s
is het geven van groente met vocht belangrijk, ze eten in de natuur ook erg
vochtig, voer het echter langzaam op en geef niet ineens erg veel.
 |