Nederlands: Mongoolse gerbil, woestijnrat, woestijnrenmuis
Wetenschappelijk:
Meriones unguiculatus
Engels: Mongolian gerbil, Mongolian Jird
Frans: Gerbille de Mongolië
Duits: Mongolische Rennmaus

Herkomst:

Mongoolse gerbils komen voor in Mongolië.

Ze leven daar op de steppe en in halfwoestijnen. Het is er erg droog en alles is maar spaarzaam begroeid met grassen en kruiden. De temperaturen variëren van – 30 tot + 40 graden.
Ze leven in zelf gegraven holen. Hier verblijven ze tijdens de heetste en koudste gedeeltes van de dag en nacht. Het hol heeft 1 grote kamer/ruimte waar vele in- en uitgangen aan zitten, meestal rond de 15 gangen.
Ze zijn dag-, schemer- en nachtactief en leven in grote familiegroepen, zoals de meeste gerbils. De familiegroep bestaat uit 1 ouderkoppel, wat als enige jongen krijgt. Vaak zijn de laatste 3 nesten nog bij de ouders. Zo kan de groep wel uit 20-30 dieren bestaan. Het territorium bestrijkt een gebied tot de 1 a 2 km2
 
Uiterlijk:

Lichaamslengte: 10 – 14 cm.
Staartlengte: 9 - 11 cm.
Gewicht: 60 - 110 gram.

De Mongoolse gerbil is een middelgrote gerbil die in het wild alleen voorkomt in de wildkleur. De haren op de rug hebben een lichtgrijze basis, in het midden neigen ze naar geel en de uiteinden zijn zwart. De kleur wordt om die reden ook wel agouti genoemd. De buik, onderkant kop en poten zijn beige/wit. Er is een duidelijke scheidingslijn zichtbaar. Ze hebben grote zwarte ogen en kleine ronde oortjes. De oortjes zijn aan de buitenkant wildkleur, maar op de rand en aan de basis zitten lichtgrijze haren. Om de ogen zitten ook enkele lichtgrijze haren.
De staart is goed behaard en eindigt in een kleine pluim. De staart is helemaal bruin op de bovenkant overheersen de zwarte haren, naar de pluim toe steeds meer.
De voetzolen zijn lichtbehaard en de nagels zijn donkerbruin tot zwart.

Inmiddels zijn er vele kleuren ontstaan bij de Mongoolse gerbil, zoals; zwart, wit-roodoog, duifgrijs, zilveragouti, geel, lilac, algerijn, siamees enz. Ook zijn er veel bonte kleuren.  

Gedrag: 

In de natuur leven ze in familiegroepen, in gevangenschap kun je ze het beste per koppel houden. Mongoolse gerbils zijn monogaam, dat wil zeggen dat ze voor altijd samen blijven.
Het beste is dus om een man en vrouw samen te houden, echter zullen ze zich snel voortplanten. Om dit te voorkomen kun je ook 2 dieren van hetzelfde geslacht bij elkaar plaatsen. Doe dit voor de 8-10e levensweek, dan gaat het vaak zonder problemen. Zijn ze al ouder dan is het niet onmogelijk, maar het vergt wel meer energie. Gerbils hebben een eigen territorium en daar laten ze niet snel een andere gerbil in toe. Zodra ze geslachtsrijp zijn beginnen ze territoriumgedrag te krijgen.
Gerbils die al ouder zijn moet je eerst aan elkaar laten wennen, zet ze nooit zomaar bij elkaar. Het kan goed gaan, maar 9 van de 10 keer gaat het fout. Gerbils vechten tot de dood!

Buiten dat om zijn het ontzettend vriendelijke, leuke, grappige dieren. Gerbils zijn naar hun verzorger toe ontzettend vriendelijk! Ze zullen nooit bijten, tenzij ze schrikken of pijn hebben.
Ze zijn overdag en nacht actief, dus er is altijd wel iets te zien. Ze houden korte hazenslaapjes gedurende de dag en nacht. Zodra ze iets horen zullen ze komen kijken. Gerbils zijn heel erg nieuwsgierig. Bij gevaar gaan ze “trommelen” met hun achterpoot om zo de anderen te waarschuwen. Dit zul je in gevangenschap ook regelmatig horen ook al dreigt er geen echt gevaar. Ze kunnen dit doen als ze een vreemde geur oppikken of een raar geluid horen.

Ze knagen en graven heel erg veel als ze wakker zijn, dit is echt hun favoriete bezigheid. Het knagen is van belang om de tanden kort te houden. Ze hebben net als alle andere knaagdieren 4 snijtanden die altijd doorgroeien, deze slijten op elkaar af en worden zo kort en scherp gehouden. Als een gerbil niet kan knagen, groeien de tanden door en zullen er zo problemen ontstaan. Het graven is nodig om de nagels kort te houden. Verder doen ze dit in de natuur vooral om hun hol te onderhouden en gangen te graven.
Geef ze dus voldoende graaf en knaagmogelijkheden!

Een gerbil is geen knuffeldier, maar is wel op te pakken. Doe dit rustig aan zonder het diertje op te jagen. Laat ze rustig wennen en uiteindelijk zullen ze zelf naar je toe komen.
Je kunt ze evt. lokken door iets lekkers op je hand te leggen, zo leert de gerbil ook direct om op je hand te zitten.
Pak een gerbil nooit aan het puntje van de staart op, deze breekt af en groeit nooit meer aan!
Gerbils gebruiken dit in het wild om een evt. gevaar af te schudden. Ze werpen hun staart af en kunnen zo 9 van de 10x ontsnappen aan hun belager. Pak je het diertje bij het puntje dan zal het hoe dan ook afbreken, ook als is je gerbil nog zo tam.
 

Huisvesting:

Voor de huisvesting van Mongoolse gerbils wordt gebruik gemaakt van een praktische rekensom. Als je 2 gerbils in een verblijf wil zetten is een grondoppervlakte van 800 cm2 per dier voldoende. Een verblijf van 60x30x30 is dus ruim voldoende voor 2 dieren.
Een verblijf van 80x40x40 voldoet voor 4 gerbils.
Wil je er meer dan 4 samen houden dan kun je voor elk dier meer een grondoppervlakte van 500 cm2 aanhouden.

Ons advies is om er niet meer dan 2 samen te houden om gevechten te voorkomen.
Wil je dit toch dan kun je het beste meerdere mannen samen houden, want vrouwen zijn dominanter bij de Mongoolse gerbil. Maar hou er altijd rekening mee dat het mis kan gaan.
Een groot verblijf is leuk, maar hou rekening met de territoriumdrift. Als het hok te groot is neemt iedere gerbil een eigen territorium. Het gevolg is een gevecht om het territorium.

Het beste is dus om 2 dieren te nemen en in een verblijf van 60x30x30 te huisvesten.
In de verblijf kun je eventueel een verdieping aanbrengen. Geef verder voldoende klim en schuilmogelijkheden.

Voortplanting:

Geslachtsrijp: 6 - 7 weken
Draagtijd: 23 - 40 dgn.
Aantal jongen: 4 - 10
Ogen open: 16 – 20 dgn
Zoogtijd: 4 - 5  weken
Levensverwachting: 3-4 jaar

Mongoolse gerbils kunnen het hele jaar door jongen krijgen, meestal rond de 5 worpen per jaar. In het wild krijgen ze alleen jongen in de warme periode en alleen als er voldoende voedsel is. 

Na een draagtijd van 24 - 40 dagen worden er 4-10 naakte jongen geboren.  Na 7-10 dagen krijgen de jonge dieren haar en na 16-20 dagen gaan de oogjes open. Als de oogjes open zijn beginnen ze zelf rond te lopen en vast voedsel te eten.

Ze zogen 4-5 weken, het is verstandig de jongen pas na 6 weken weg te halen.

De vrouwtjes zijn 1x per 4-6 dagen bronstig, dat is de periode dat ze gedekt kunnen worden. Als de jongen geboren zijn kan het vrouwtje onmiddellijk opnieuw gedekt worden!
Bijzonder is echter dat als het vrouwtje nog jongen zoogt ze de dracht op kan rekken tot wel 40 dagen. Zo kan ze 2 nesten achter elkaar groot brengen.

De ouders zorgen beide voor de jongen, dus je mag nooit het mannetje bij de geboorte weghalen! Hij houdt de jongen warm als moeder gaat eten en drinken. Ook zorgt hij samen met de moeder dat de jongen in het nest blijven.
Wil je geen nestjes meer, dan is het verstandig de man er tijdens het eerste nest bij te laten en 1 vrouwtje van het eerste nest bij de moeder te laten om te helpen bij het 2de nestje wat waarschijnlijk onderweg is (omdat moeder gedekt is direct na de geboorte)



Voeding:

Kijk voor meer info bij: gerbils algemeen.