|
Nederlands:
Cactus muis
Wetenschappelijk:
Peromyscus
eremicus
Engels:
Cactus mouse
Frans: Peromysque
de cactus
Duits:
Katusmaus
Herkomst:
De Cactus muis komt voor in Zuidwest
Amerika, Mexico en Utah.
Ze leven daar in rotswoestijnen en
kustgebieden met hoge rotsen, tot 1200 meter hoog.
Ze bouwen hun eigen holen, zowel onder de grond als in rotspartijen. Zodra de
schemer valt komen ze naar buiten en gaan ze op jacht naar voedsel.
Ze leven in kleine groepjes en zijn alleen schemer- en nachtactief.
Uiterlijk:
Lichaamslengte: 7
- 9 cm.
Staartlengte:
9 - 11 cm.
Gewicht: 20
- 38 gram.
De Cactusmuis is een kleine muis,
met een spitse kop, vrij lange snorharen, grote zwarte ogen en in verhouding met
de kop vrij grote ovale oren.
De achterpoten zijn vrij lang, hier kunnen ze grote sprongen mee maken.
De kleur op de rug en
bovenkant kop is grijs/bruin. De flanken zijn geelachtig/lichtbruin en de buik
is wit/grijs. De staart is langer dan het lichaam en is heel dun behaard net als
de oren en de onderkant van de voeten.
De vacht is heel erg zacht en de haren zijn langer dan bij een gewone muis.

Gedrag:
Deze kleine muis is actief,
nieuwsgierig maar schrikkerig. Ze kunnen heel erg goed klimmen en behoorlijk
hard rennen. Ze halen tot 13 km. per uur. Voor zo’n kleine muis is dat een
behoorlijke snelheid.
Als er gevaar dreigt stampen ze met de voorpootjes op de grond.
In de natuur leven ze in groepen, in gevangenschap zijn ze per koppel of in
groepjes te huisvesten. Maar dan wel 1 man bij meerdere vrouwen.
Huisvesting:
Een verblijf van minimaal 60 cm hoog
is nodig voor deze snelle klimmers.
De bak dient veel klim mogelijkheden te bieden en schuilplaatsen.
Verder mag de bak niet kouder worden dan 18 graden. Een warmtelampje is aan
te raden. De beste temperatuur is rond de 22 graden.
Voortplanting:
Geslachtsrijp:
2-3 maanden
Draagtijd: 20-24
dgn.
Aantal jongen: 1-4
Ogen open: 12-16
dgn
Zoogtijd: 4
- 5 weken
Levensverwachting: 2-4
jaar.
Cactusmuizen kunnen zich het hele
jaar door voortplanten tot 6 worpen per jaar.
Na een draagtijd van 20-24 dagen
worden er 1-4 naakte jongen geboren, ze zijn alleen niet roze, maar hebben
al pigment. Na 12 -16 dagen gaan de oogjes open. Na 3 weken beginnen ze zelf
rond te lopen en vast voedsel te eten.
Ze zogen 4-5 weken, het is
verstandig de jongen na 6 weken bij de ouders weg te halen.
Bijzonder aan deze muis is dat een drachtige moeder de draagtijd op kan rekken
tot 40 dagen, dit gebeurd vaak als ze al jongen zoogt van een eerder nest.
Daarnaast hebben Cactusmuizen maar 4 tepels, dus ze kunnen per keer maar 4
jongen opvoeden.
De jongen worden de eerste 2 weken aan de tepel overal mee naar toe gesleept.
Als ze ouder worden proberen ze dat ook nog wel, maar vaak laat de moeder het
dan niet meer toe.
Als de jongen de eerste dagen van de tepel vallen is dat niet erg, vaak neemt de
moeder ze gewoon weer mee naar het nest en daar zuigt het jong zich opnieuw
vast.
Voeding:
In het wild eten ze veel zaden,
groene vegetatie, kleine insecten en ze eten de bessen op van Netelbomen - Celtis
sinensis en van Kwihibomen - Prosopis juliflora
In gevangenschap kun je ze als basis
knaagdierenvoer geven met kleine zaden en granen.
Verder zijn ze gek op Universeelvoer of Vruchtenpate en Courgette.
Daarnaast aanvullen met eiwit, dit kan in de vorm van een meelworm maar ook met
droge kattenbrokjes.
|