|
Nederlands: Vette zandrat,
Zandrat
Wetenschappelijk: Psammomys
obesus
Engels:
Fat
sand rat
Frans:
Gerbille
ou rat des sables
Duits:
Fette
Sandratte
Herkomst:
Vette zandratten
komen
voor in Saoedi-Arabië, Palestina, Soedan, Egypte en Libië.
Ze leven in de woestijn in familiegroepen. Ze bouwen grote complexe holenstelsel
waarin ieder dier zijn eigen “slaapkamer” heeft. De kamer wordt bedenkt met
droge takjes en bladeren. In het bouwwerk zijn ook aparte kamers voor moeders
met jongen, voedselopslag en schuilen. Er zijn vele in- en uitgangen. De holen
zijn dicht bij de planten die ze eten gebouwd.
De dieren zijn zowel overdag als ‘s nachts actief.
Uiterlijk:
Lichaamslengte: 9
– 14 cm.
Staartlengte:
8 - 12 cm.
Gewicht:
80
- 100 gram.
De Vette zandrat is
een middelgrote tot grote gerbil. Door de naam lijkt het alsof ze tot een andere
soort behoren, maar ze vallen toch echt onder de gerbils. De diertjes worden ook
wel eens foutief tot prairiehondje benoemd. Ze lijken er qua uiterlijk en gedrag
wel een beetje op.
De haren op de rug hebben een roodbruine, gele of zanderige kleur. De buik,
onderkant kop en poten zijn beige/wit. Ze hebben grote amandelvormige zwarte
ogen en kleine ronde oortjes. De staart is goed behaard en eindigt in een kleine
zwarte pluim.
De nagels zijn zwart.
Gedrag:
In de natuur leven ze in familiegroepen, in gevangenschap kun je ze het beste
per koppel of per trio houden. Meerdere dieren hebben wij geen ervaring mee,
maar wordt in Duitsland wel gedaan. Echter moet je altijd meer vrouwen dan
mannen bij elkaar plaatsen. Mannen kunnen onderling erg agressief zijn. 2
Vrouwen samen houden moet wel kunnen.
Zandratten zijn ontzettend vriendelijk en nieuwsgierig. Ze zijn goed tam te
maken. Echter zijn sommige dieren schuw en bijterig. Dit gedrag wordt
waarschijnlijk veroorzaakt door de plant die ze eten. Echt wetenschappelijk
bewezen is dit nog niet.
Huisvesting:
Zandratten
hebben best veel ruimte nodig. Het mooiste voor 2 of 3 dieren is een verblijf van
minimaal 100x50x50. Liefst 120x60x60.
Zandratten bouwen in de natuur een complex holenstelsel met meerdere kamers en
voor elk dier een eigen “slaapkamer”. Het is belangrijk dit in gevangenschap
na te bootsten. Dat wil zeggen dat je voor 2 dieren 4 schuilplaatsen aan moet
bieden. Zo kunnen ze kiezen waar ze willen slapen en heb je de minste kans dat
er gevechten uitbreken.
Verder kun je het holenstelsel nabootsen door pvc buizen in het verblijf te
leggen. Of holle boomschors stukken.
Voortplanting:
Geslachtsrijp:
8 - 12 weken
Draagtijd: 22
- 26 dgn.
Aantal jongen: 1
- 4
Ogen open: 10
– 14 dgn
Zoogtijd:
3 - 4
weken
Levensverwachting:
1-5 jaar
Zandratten
kunnen in gevangenschap het hele jaar door jongen krijgen, meestal rond de 4 -5
worpen per jaar. In het wild is hun paarseizoen van januari t/m april.
Na
een draagtijd van 22 - 26 dagen worden er 1-4 naakte jongen geboren. Na
10-14 dagen gaan de oogjes open. Als de oogjes open zijn beginnen ze zelf rond
te lopen en vast voedsel te eten.
Ze
zogen 3-4 weken, het is verstandig de jongen pas na 8 weken weg te halen.
Ze dieren zijn met 8 tot 12 weken geslachtsrijp.
De ouders zorgen samen voor de pups.
Fokken met Zandratten is heel erg moeilijk! De dieren hebben een hele moeilijke
voeding en hebben grote aanleg voor diabetes.
Veel dieren, vooral mannelijke dieren, hebben diabetes en zijn daardoor
onvruchtbaar.
Als de dieren allebei gezond zijn is het nog niet makkelijk omdat ze zo’n
gecompliceerde voeding hebben. Als er iets in de voeding niet goed zit zullen ze
geen jongen krijgen. De vrouwtjes worden soms wel gedekt, maar de vruchtjes
worden weer door het lichaam afgebroken en zullen nooit geboren worden.
De dieren worden 1 – 5 jaar oud. In principe kunnen ze makkelijk 5 worden,
echter door de voedingsproblemen en de diabetes worden ze vaak niet ouder dan 1
jaar. Dit is erg jammer en dient ook zoveel mogelijk voorkomen te worden door
niet zonder goede info aan dit diertje te beginnen.

Voeding:
De voeding van de Zandrat is het allermoeilijkste aan het houden van dit dier.
Als je niet aan de voedingsbehoefte kunt voldoen begin dan niet aan dit dier!
Het dier zal zeer snel sterven.
In het wild eten Zandratten planten van de familie Chenopodiaceae. Dan
voornamelijk de Altriplex halimus. Daarnaast eten ze ook grassen en zaden. De
planten die ze eten bevatten extreem veel zout en water. Door hun speciaal
ontwikkelde nieren kunnen de hoge zoutconcentratie verdragen, ieder ander dier
zal er aan sterven.
Het is dus heel erg moeilijk om aan hun voedselbehoefte te voldoen. In
gevangenschap is het heel belangrijk om ze zout aan te bieden. Daarnaast een vet
en suikervrij dieet.
Zout kun je aanbieden door het water. Je mag alleen zeezout geven, hier zitten
geen toevoegingen in.
Het beste is om 2 flessen water aan te bieden 1 met zout en 1 zonder, zo kunnen
de dat iig. Zelf regelen. Verder is het belangrijk dat ze vet en suikervrij
eten. Je kunt ze chinchillabrok geven als basisvoer. Daarnaast veel Chinese
kool, Courgette en hooi. Dit bevat weinig energie dus ze kunnen er veel van
eten, zonder te vervetten.
Om
aan te verdere zoutbehoefte te voldoen kun je de plant in huis nemen, deze is in
Nederland verkrijgbaar, echter moet je wel zorgen dat deze dan groeit en dat je
altijd wat in huis hebt.
Een andere manier is Zeezout geven, dagelijks ¼ tot een ½ theelepel per 2
dieren over de Chinese kool of over de Courgette.
Een manier om te kijken of ze suikerziekte ontwikkelen is wekelijks de urine te
controleren. Dit kun je doen met urinesticks die gebruikt worden bij
dierenartsen en huisartsen.
Je hebt maar heel weinig urine nodig om te testen.
Als je de Zandrat oppakt en je drukt de stick tegen de plasopening aan dan zit
er vaak al een druppel op de stick, dat is voldoende!
Zo kun je makkelijk controleren wat er gebeurt, zit er suiker in de urine dan
kan dat een keer toeval zijn, maar is dit 2 of 3 dagen achtereen dan is er
duidelijk iets een de hand. Behandeling met insuline kan een oplossing zijn.
Begeleiding van een dierenarts is genoodzaakt!
|